De exploitant van de coffeeshop Flower Power te Eindhoven vordert schadevergoeding van de gemeente Eindhoven wegens de onrechtmatige sluiting van zijn onderneming door de burgemeester in 1996. De burgemeester sloot de coffeeshop voor zes maanden op grond van een besluit dat later door de bestuursrechter werd vernietigd wegens gebrek aan een juiste wettelijke grondslag.
De gemeente erkent het onrechtmatige karakter van het besluit, maar betwist dat dit tot schade heeft geleid, stellende dat een rechtmatig besluit tot sluiting genomen had kunnen worden (leer van Demogue-Besier). De rechtbank verwerpt dit verweer omdat toetsing van rechtmatigheid aan de civiele rechter niet toekomt en de formele rechtskracht van het bestuursrechtelijke besluit daaraan in de weg staat.
De rechtbank stelt vast dat de exploitant daadwerkelijk schade heeft geleden door gederfde brutowinst en wijst een bedrag van €132.503,82 toe, gebaseerd op een fiscale winstberekening. Andere vorderingen zoals na-ijl-schade, kosten ter vaststelling van schade en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De rechtbank veroordeelt de gemeente tot betaling van de toegewezen schadevergoeding met wettelijke rente en een bedrag voor kosten van de bestuurlijke voorprocedure.