ECLI:NL:CRVB:2017:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- G.M.G. Hink
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Herroeping terugvordering bijstand wegens vervallen aanspraak schadevergoeding coffeeshop
Betrokkene ontving bijstand in de periode van februari 2010 tot mei 2014. Na een eerdere onrechtmatige sluiting van een coffeeshop in 1997 werd aan betrokkene een schadevergoeding toegekend, die in 2014 werd uitgekeerd. De gemeente Eindhoven trok daarop de bijstand in en vorderde de kosten terug, stellende dat betrokkene vanaf de datum van uitkering over middelen beschikte die bijstand in de weg stonden.
De rechtbank Oost-Brabant vernietigde dit besluit omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom de aanspraak op schadevergoeding uit 1997 nog relevant was voor de beoordeling van de bijstand in 2010. In hoger beroep stelde de gemeente dat de aanspraak op de schadevergoeding was ontstaan in 1997 en dat terugwerkende kracht niet mogelijk was.
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigde het eerdere vonnis en bepaalde dat betrokkene de schadevergoeding moest terugbetalen omdat hij niet de eigenaar was van de coffeeshop. Hierdoor verviel de aanspraak op schadevergoeding.
De Centrale Raad oordeelt dat de aanspraak op schadevergoeding voor de toepassing van terugvordering van bijstand wordt toegerekend aan de datum van de onrechtmatige daad, tenzij objectieve redenen een latere periode rechtvaardigen. Nu de aanspraak is komen te vervallen, kan het uitgekeerde bedrag niet worden toegerekend aan een periode voorafgaand aan de ontvangst. Daarom was de gemeente niet bevoegd de bijstand terug te vorderen. De Raad vernietigt het eerdere oordeel en herroept het terugvorderingsbesluit.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit van 29 mei 2014 wordt herroepen omdat de aanspraak op schadevergoeding is komen te vervallen.