ECLI:NL:RBOBR:2014:3393
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering dagloongarantie na wetswijziging per 1 juni 2013
Eiser was tot 1 maart 2013 werkzaam bij een eerste werkgever en daarna in een tijdelijk dienstverband bij een tweede werkgever met een lager loon. Na het niet verlengen van het contract vroeg hij een WW-uitkering aan. Het UWV stelde het dagloon vast op basis van het laatste loon en weigerde de dagloongarantie toe te passen.
Eiser voerde aan dat het dagloon te laag was vastgesteld omdat hij een lagere baan accepteerde om werkloosheid te voorkomen en dat de wetswijziging per 1 juni 2013 onredelijk was omdat er geen overgangsrecht was. De rechtbank erkent het ongenoegen, maar oordeelt dat de wetgever bevoegd is om de regeling te wijzigen en dat het ontbreken van overgangsrecht niet onrechtmatig is.
De rechtbank verwijst naar de Nota van Toelichting bij het Dagloonbesluit, waarin is vastgelegd dat de dagloongarantie alleen geldt voor werknemers die een WW-uitkering ontvangen en niet voor werknemers die zonder tussenliggende werkloosheid overstappen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en het EVRM faalt. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard.