Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 september 2014 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
€ 600.000, gebaseerd op 2000 varkensplaatsen, vermenigvuldigd met een waarde van € 300 per plaats.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser, eigenaar van een gemengd melkvee- en varkensbedrijf met woning, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €1.257.000 per 1 januari 2012. De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op een taxatierapport van februari 2014, waarin gebruik werd gemaakt van landelijke taxatiewijzers en regionale transactiecijfers.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de bewijslast droeg en dat het taxatierapport de objectkenmerken juist weergeeft. Eiser voerde aan dat de waardering onvoldoende rekening hield met de slechte marktomstandigheden in de varkenshouderij en dat de waarde van de varkensstal en mestkelder te hoog was vastgesteld. Deze bezwaren werden verworpen omdat verweerder de waardering onderbouwde met kengetallen gebaseerd op markttransacties en specifieke kenmerken van de opstallen.
Verder voerde eiser aan dat de grondwaarde bij de niet-woning te hoog was en dat de aftrek wegens asbesthoudende dakbedekking te laag was. De rechtbank oordeelde dat verweerder de grondwaarde juist had bepaald op basis van regionale verkoopcijfers en dat de asbestaftrek voldoende was onderbouwd, mede gelet op de juiste oppervlaktebepaling en een passende aftrek per m² conform de taxatiewijzer.
De overige deelwaarden werden niet betwist. De rechtbank concludeerde dat verweerder met het taxatierapport aan zijn bewijslast had voldaan en dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.257.000 is ongegrond verklaard.