Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
- poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
- medeplegen van in de uitoefening van een beroep/bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
- medeplegen van zware mishandeling.
1.De vordering.
2.Het vonnis in de hoofdzaak.
3.De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
(de rechtbank begrijpt: ECLI:NL:HR:2012:BU7360)op het standpunt gesteld dat niet kan worden gesproken van de aannemelijkheid dat het plegen van het feit waarvoor betrokkene is veroordeeld, als ook het plegen van andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat cliënt wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen.
- Locatie [adres 4] te Dordrecht € 80.390,-
- Locatie [adres 2] te Papendrecht € 173.511,24
- Locatie [adres 5] te Culemborg € 87.568,-
- Locatie [adres 3] te Oss € 8.896,-
- Locatie [adres 7] te Heteren € 75.056,-
€ 425.421,24.
€ 85.084,24.
4.De draagkracht van veroordeelde.
€ 85.084,24(vijfentachtigduizendvierentachtig euro en vierentwintig eurocent) ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van het feit ter zake waarvan hij is veroordeeld, heeft verkregen.