ECLI:NL:RBOBR:2015:4313
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor toekenning van 6 uur huishoudelijke hulp per week aan verzoekster
Verzoekster, een alleenstaande weduwe met ernstige medische beperkingen, ontving sinds 2010 zes uur per week hulp bij het huishouden. Bij een besluit van 24 juli 2014 werd deze indicatie vervangen door een nieuw ondersteuningsplan, waarbij de huishoudelijke zorg werd teruggebracht tot 2¼ uur per week. Verzoekster maakte bezwaar, maar dit werd buiten de termijn ingediend. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het bezwaar ontvankelijk is vanwege verlengde besluitvorming waarbij het ondersteuningsplan deel uitmaakt van het primaire besluit.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de thans geboden huishoudelijke hulp niet voldoet aan de eisen die voortvloeien uit de ernstige medische situatie van verzoekster, die onder meer afhankelijk is van een scootmobiel en speciale voorzieningen in huis heeft. De zorgaanbieder en verweerder wijzen naar elkaar, terwijl verweerder een resultaatsverplichting heeft. Het ontbreken van meetbare normen maakt handhaving lastig.
De voorzieningenrechter concludeert dat het primaire besluit in strijd is met artikel 26 van Pro de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2014 omdat de gedeeltelijke intrekking van de eerdere indicatie niet is toegestaan. Gezien het spoedeisend belang beveelt de voorzieningenrechter dat verzoekster binnen vier werkdagen 6 uur huishoudelijke hulp per week ontvangt totdat op het bezwaar is beslist. Tevens worden verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoekster ontvangt binnen vier werkdagen 6 uur huishoudelijke hulp per week totdat op het bezwaar is beslist.