Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2015 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
12 maart 2015 overgelegd. Volgens het taxatierapport is de waarde van de inventaris, goederen en/of huurdersbelangen € 4.000,-. De opruimingskosten bedragen € 7.000,-.
€ 4.800,-. De bijlage vermeldt voorts dat het taxatierapport van Bureau 2G niet wordt gevolgd omdat dat rapport niet is gespecificeerd en niet duidelijk is welke bedragen in de taxatie zijn betrokken. Daarnaast geeft de bijlage aan dat blijkens de specificatie van de letselschade-uitkering een bedrag van € 7.500,- moet worden aangemerkt als smartengeld en dat een derde deel daarvan gelet op vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet worden gezien als middel. Tenslotte wordt in de bijlage vermeld dat bij de bepaling van het vermogen van eiser rekening is gehouden met het saldo op zijn bankrekening van € 116,81 en met een schuld aan zijn broer van € 3.000,- maar dat de door eiser gestelde geldlening van
€ 9.500,- van zijn ouders niet wordt meegenomen omdat geen terugbetalingsverplichting is opgenomen en eiser de lening niet aflost.
a. bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn dan wel, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk zijn;
b. het bij de aanvang van de bijstand aanwezige vermogen voorzover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in het derde lid.
€ 5.895,-.
Beslissing
mr. L.I. Siers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken