ECLI:NL:CRVB:2011:BP5677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en verlaging bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en onverantwoorde besteding
Appellant ontving sinds 2001 bijstand en zat van juni 2005 tot oktober 2006 in voorlopige hechtenis, waarvan hij later werd vrijgesproken. Na toekenning van een schadevergoeding van €33.610 wegens ten onrechte opgelegde voorlopige hechtenis, trok het College de bijstand in omdat het vermogen van appellant de vermogensgrens overschreed.
Appellant voerde aan dat de schadevergoeding buiten beschouwing had moeten blijven, maar de Raad oordeelde dat tweederde van de vergoeding als relevant vermogen mocht worden aangemerkt. Daarnaast verlaagde het College de bijstand met 100% over een maand wegens onverantwoorde besteding van het vermogen, wat de Raad eveneens rechtmatig achtte.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde de uitspraken van de rechtbank Rotterdam. Er was geen sprake van een strafrechtelijke maatregel en ook geen dubbele bestraffing, omdat intrekking en verlaging op verschillende gronden berusten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en verlaging van de bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en onverantwoorde besteding.