ECLI:NL:RBOBR:2015:5918
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens onbekende indiener binnen beroepstermijn
De gemeente Laarbeek stelde bij beschikking van 28 februari 2014 de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast op €609.000 voor het jaar 2014, inclusief de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB). Tegen deze beschikking werd bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar werd op 13 november 2014 door de gemeente gehandhaafd.
Vervolgens werd beroep ingesteld door een gemachtigde namens een partij, maar in het beroepschrift was niet duidelijk wie de daadwerkelijke indiener was. De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de indiener niet binnen de wettelijke beroepstermijn van 29 december 2014 kenbaar was gemaakt, noch was er een machtiging overgelegd waaruit dit bleek.
Pas bij brief van 20 januari 2015 werd duidelijk dat de eigenlijke indieners de eisers waren, maar dit was buiten de beroepstermijn. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden en verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant op 19 oktober 2015, en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig kenbaar maken van de identiteit van de indiener binnen de beroepstermijn.