ECLI:NL:RBOBR:2015:6376
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering WOZ van rijksmonumentale woonboerderij en bijgebouwen niet te hoog vastgesteld
Eiser, eigenaar van een rijksmonumentale vrijstaande woonboerderij met diverse bijgebouwen op een NSW-landgoed, betwistte de WOZ-waarde vastgesteld door de heffingsambtenaar voor het belastingjaar 2014. De waarde was vastgesteld op €462.000 per 1 januari 2013, terwijl eiser in bezwaar een lagere waarde van €348.564 had bepleit.
De rechtbank oordeelde dat het fiscaal compromis uit 2009 niet van toepassing was op het belastingjaar 2014 en dat de Wet WOZ vereist dat de waarde jaarlijks opnieuw wordt bepaald op basis van actuele feiten en omstandigheden. Verweerder had de waarde onderbouwd met een taxatierapport en marktgegevens van vergelijkbare objecten, waarbij rekening was gehouden met verschillen in bouwjaar, inhoud, kwaliteit en monumentale status.
Eiser voerde verder aan dat de taxatiewijzer 2013 en de instandhoudingsfactor niet correct waren toegepast, en dat de waardering van de ondergrond en de veldschuur te hoog was. De rechtbank verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de taxatiewijzer slechts een hulpmiddel is en de waardering van de ondergrond en schuur voldoende was onderbouwd. Ook het argument dat de waarde buitensporig was gestegen werd afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder met het taxatierapport en de onderliggende gegevens aan zijn bewijslast had voldaan en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat de WOZ-waarde van €462.000 niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond.