Eiser verzocht om een Ioaw-uitkering en gaf als woonadres een specifieke woning op. Verweerder voerde onderzoek uit, waaronder huisbezoeken en raadpleging van Suwinet en de gemeentelijke basisadministratie. Tijdens het huisbezoek werden geen levensmiddelen aangetroffen, de koelkast was leeg en afgesloten, en de woning was niet verwarmd. Eiser verklaarde dagelijks boodschappen te doen, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
De adviescommissie oordeelde dat het onderzoek beperkt was en dat verweerder niet zonder meer mocht concluderen dat eiser niet op het opgegeven adres woonde. Verweerder besloot echter het bezwaar ongegrond te verklaren en handhaafde het besluit tot afwijzing van de uitkering.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij hoofdverblijf had op het opgegeven adres. Het rapport van het huisbezoek was incompleet, maar de geconstateerde feiten, zoals het ontbreken van levensmiddelen en verwarming, ondersteunen de conclusie van verweerder. Ook latere bevindingen bij een nieuw huisbezoek en pinbetalingen in de buurt konden dit niet veranderen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de Ioaw-uitkering blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.