ECLI:NL:RBOBR:2015:7372
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.H. Rijken-Lie
- H.M.H. de Koning
- A. Venekamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking wapenverlof voor hagelgeweren ondanks veiligheidsrisico bij schutterij-evenementen
Eiseres, een schietvereniging, had een verlof voor het voorhanden hebben van zes enkelloops hagelgeweren. De korpschef trok dit verlof in omdat de hagelgeweren niet zijn toegestaan bij de disciplines die bij eiseres worden beoefend. Verweerder handhaafde deze intrekking. Eiseres stelde dat zij wel een redelijk belang heeft bij het verlof en dat de eis dat alleen KNSA-goedgekeurde wapens mogen worden gebruikt, onredelijk is.
De rechtbank oordeelde dat het criterium van redelijk belang een ruime beoordelingsvrijheid geeft, maar dat het standpunt van verweerder dat het ontbreken van een KNSA-goedgekeurde discipline het redelijk belang wegneemt, niet standhoudt. Dit volgt ook uit een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel.
Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het gebruik van de hagelgeweren bij schutterij-evenementen een veiligheidsrisico oplevert. Het risico ontstaat vooral bij het herladen van basculerende hagelgeweren, waarbij een ongeluk kan plaatsvinden. Dit veiligheidsargument werd door de rechtbank als redelijk en voldoende onderbouwd beschouwd.
Eiseres' beroep op overgangsmaatregelen faalde, en ook haar beroep op het EVRM werd verworpen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten, wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het wapenverlof wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege veiligheidsrisico's.