Eiser kreeg op 20 april 2015 een WW-uitkering toegekend door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het Eckartcollege, vertegenwoordigd door de rector, diende namens zichzelf bezwaar in tegen dit besluit, terwijl de werkgever feitelijk Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) was. De rechtbank oordeelde dat de identiteit van de bezwaarmaker na het verstrijken van de bezwaartermijn niet gewijzigd kan worden en dat het Eckartcollege geen belanghebbende was bij het besluit.
Daarom werd het bezwaar van het Eckartcollege onontvankelijk verklaard. Het bestreden besluit, waarin het bezwaar van het Eckartcollege gegrond werd verklaard en het primaire besluit werd herroepen, werd vernietigd. De rechtbank stelde zelf dat het bezwaar niet-ontvankelijk was en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak werd mondeling gedaan op 19 november 2015 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Oost-Brabant.