Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 29 juli 2015
- het proces-verbaal van comparitie van 22 december 2015.
2.De feiten
“Ik wil tot afkoop van de eerste polis overgaan. Ik neem aan dat u geen bezwaar daartegen heeft?”is door [eiser] geantwoord:
Heb ik een keuze?Bij afkoop van 01765592 zal de waarde tegen 52% belast worden en daarnaast extra belast met revisie rente (20% over de ingelegde premies), omdat hij niet gebruikt wordt voor het doel waarvoor hij is aangegaan (lijfrente uitkering).De waarde wordt dus vrijwel geheel wegbelast.Zijn er mogelijkheden om de polis in stand te houden?Bovenstaande geldt ook voor de lijfrente verzekering bij Reaal (polisnr [nummer] )De levenslooprekening 073.62.73.749 bij Delta Lloyd is, gezien de opheffing van deze regeling, wel makkelijk afkoopbaar zonder extra (revisie) belasting.”
Geachte heer W.L.H. Janssens,
1.Overdracht levensverzekeringen.Aangegeven is dat u als curator mee wil werken aan de overdracht van de bestaande levensverzekeringen. De poliswaarde na aftrek van de belasting zal worden overgemaakt.(…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
“(deels) kan verrekenen of had kunnen verrekenen indien eerst na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd tot uitkering zou zijn overgegaan”.De rechtbank neemt aan dat de curator met het eerste deel van deze zin bedoelt dat [eiser] , doordat over de afkoopwaarde van de Reaal- en de Delta Lloyd-polis automatisch het hoogst mogelijke tarief aan loonbelasting is ingehouden, mogelijk recht heeft op een teruggave of dat [eiser] over ander inkomen navenant minder belasting hoeft te betalen, zodat het bedrag dat nu door belasting lijkt te zijn weggevloeid niet zonder meer (geheel) als schade kan worden beschouwd. De rechtbank neemt aan dat de curator met het tweede deel van zijn zin bedoelt dat de hogere belasting het gevolg is van de zelfverkozen vervroegde afkoop van de polissen en niet van de transactie met de curator.
“zodat ik nog een pensioenvoorziening behoud”. De rechtbank begrijpt hieruit dat de curator bedoelt te betwisten dat [eiser] verarmd is.
allelevensverzekeringspolissen (met een verzorgingskarakter) in dit geval een onredelijke benadeling van [eiser] met zich bracht. Naar het oordeel van de rechtbank is de strekking van artikel 22a Fw namelijk niet dat voor de gefailleerde (of de begunstigde van een door de gefailleerde aangehouden levensverzekering) slechts een inkomen op het niveau van de beslagvrije voet moet overblijven, maar een inkomen waarvan de kosten van normaal levensonderhoud kunnen worden gedekt.
Dit verweer van de curator wordt verworpen. De maatstaf van artikel 22a Fw is geobjectiveerd: van onredelijke benadeling is sprake indien de verzorgingsaanspraken van de verzekerde of begunstigde onder het niveau komen te liggen dat
naar maatschappelijke opvattingenin het algemeen nodig is voor het
normalelevensonderhoud. Die maatstaf wordt derhalve niet beïnvloed door de levensstandaard die de verzekerde of begunstigde op het moment van beoordeling door de curator heeft. Het feit dat [eiser] zich thans klaarblijkelijk redt van een lager inkomen, neemt niet weg dat het uit AOW en pensioen bij SBZ te verwachten inkomen onder de hiervoor genoemde maatstaf ligt. Zoals in alinea 4.3.6 van dit vonnis is overwogen, ligt de ondergrens van artikel 22a Fw hoger dan het bestaansminimum.
alleverzekeringspolissen over te gaan alvorens met [eiser] te hebben besproken hoe zijn oudedagsvoorziening precies was opgebouwd en welke gevolgen de overdracht voor zijn toekomstige levensonderhoud zou hebben. Door onmiddellijk in te gaan op het door [eiser] gedane voorstel, terwijl door de voorgestelde overdracht in het vermogen van [eiser] geen oudedagsvoorziening overbleef die tot een aanvaardbaar toekomstig inkomen zou leiden, heeft de curator onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld.
allelevensverzekeringspolissen van [eiser] op de manier zoals dat is gegaan, betekent evenwel nog niet dat [eiser] er recht op had om zowel de Delta Lloyd-polis als de Reaal-polis voor zichzelf te behouden.