ECLI:NL:RBOBR:2016:5665
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning en loodsen op grond van de Opiumwet
De burgemeester van Boxtel heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet de sluiting bevolen van de woning en loodsen van verzoeker vanwege de aanwezigheid van een handelshoeveelheid hennep, wapens en gestolen goederen op het perceel. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting omdat de hoeveelheid hennep als handelshoeveelheid werd aangemerkt en dat de aanwezigheid van wapens en gestolen goederen de ernst van de situatie versterkte. De verklaring van een bekende van verzoeker dat de hennep niet bestemd was voor verkoop werd niet als objectief bewijs aanvaard.
Verder werd geoordeeld dat de woning als onderdeel van het perceel gezien mag worden en dus ook gesloten mocht worden, ondanks dat daarin geen drugs waren aangetroffen. De belangen van verzoeker, zoals zijn financiële situatie en het ontbreken van minderjarige kinderen, wogen onvoldoende zwaar om de sluiting te voorkomen.
Gezien de ernst van de situatie en het belang van het beëindigen en voorkomen van herhaling van de strafbare feiten, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van woning en loodsen wordt afgewezen.