ECLI:NL:RBOBR:2016:6245
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk strafontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim door niet-professionele relatie met gedetineerde
Eiser, werkzaam als senior penitentiair inrichtingswerker sinds 1994, kreeg op 24 februari 2016 onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd vanwege het onderhouden van een niet-professionele relatie met een gedetineerde en diens moeder, en het niet melden van deze contacten.
Na een onderzoek door het Bureau Integriteit en een schorsing op 9 november 2015, werd eiser geconfronteerd met disciplinaire maatregelen. Hij erkende plichtsverzuim maar betwistte de ernst en de proportionaliteit van de straf. De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim zeer ernstig was, gezien de integriteitseisen binnen de penitentiaire inrichting en het schaden van het aanzien en de veiligheid van de organisatie.
De rechtbank verwierp de stelling dat verweerder zich niet als goed werkgever had opgesteld en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk strafontslag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.