Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 februari 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van artikel 3, eerste lid van de Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2015 (hierna: de Verordening) wordt de belasting geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak.
6. Gelet hierop kan eiseres voor de toepassing van de Verordening als eigenaar van de 18 hoogspanningsmasten worden aangemerkt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- vermindert de gecombineerde aanslag gemeentelijke heffingen, (aanslagnummer [nummering] ), met dagtekening 28 februari 2015, voor het belastingjaar 2015, naar een bedrag van [bedrag 3] ;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;