ECLI:NL:RBOBR:2017:3661
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Eiser diende een Wob-verzoek in bij verweerder, dat aanvankelijk werd toegewezen. Na bezwaar en verstrekking van gegevens stelde eiser beroep in tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. Tijdens de procedure ontstonden twijfels over de identiteit van eiser en de rechtsgeldigheid van de machtiging van zijn gemachtigde, Van Gemert.
Na meerdere oproepen verscheen eiser uiteindelijk in persoon, waarna de rechtbank de bevoegdheid van Van Gemert erkende. De rechtbank onderzocht vervolgens of sprake was van misbruik van recht, gelet op het vaag geformuleerde Wob-verzoek, de algemene machtigingen, en de handelswijze van eiser en Van Gemert.
De rechtbank concludeerde dat eiser en Van Gemert de bevoegdheid tot het indienen van Wob-verzoeken en beroep gebruikten voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheden zijn gegeven, namelijk het verkrijgen van proceskostenvergoedingen ten gunste van Van Gemert. Dit werd ondersteund door de nauwe relatie tussen eiser en Van Gemert, het gebruik van algemene machtigingen, en het ontbreken van een concreet belang bij het verzoek.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht en wees zij een proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.