Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres(gemachtigde: mr. I.M.J.J. Dewarrimont)
Procesverloop
Overwegingen
De primaire arbeidsdeskundige heeft dossierstudie verricht en een persoonlijk gesprek met eiseres gevoerd. Vervolgens heeft hij zijn bevindingen naar aanleiding van het gesprek met eiseres besproken met de primaire verzekeringsarts. De primaire verzekeringsarts heeft dossierstudie verricht, waaronder de medische en verzekeringskundige rapportage van
15 november 2002 en 10 november 2005, de bijbehorende functionele mogelijkhedenlijsten en een door eiseres op 26 mei 2016 ingevulde vragenlijst. Daarnaast heeft zij de door eiseres ingebrachte informatie van een vervangend huisarts en een radioloog bestudeerd en deze bij haar beoordeling betrokken. De primaire arbeidsdeskundige en primaire verzekeringsarts zijn samen tot de conclusie gekomen dat eiseres arbeidsvermogen heeft.
In bezwaar hebben zowel de verzekeringsarts B&B als de arbeidsdeskundige B&B dossierstudie verricht. Beiden hebben eiseres tijdens de hoorzitting geobserveerd. De verzekeringsarts B&B heeft bovendien de in de bezwaarfase verkregen medische gegevens van diverse behandelaars van eiseres uit de behandelend sector bestudeerd en de diagnoses van deze behandelaars betrokken bij zijn conclusies.
Dit rechtbank acht dit onderzoek als geheel voldoende zorgvuldig. Bovendien hebben de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hun bevindingen op deugdelijke en inzichtelijke wijze gemotiveerd en de rechtbank is niet gebleken dat de rapportages inconsistenties bevatten. De rapportages voldoen dus aan de daaraan te stellen eisen.
Verder stelt de rechtbank vast dat dr. Lövenich zich niet uitlaat over de vraag of hij het reëel acht dat eiseres in verband met de klachten niet kan werken:
”gezien pijn een zeer subjectieve klacht is”.Ook in zoverre geeft zijn rapport geen steun aan de stellingen van eiseres.
24 november 2005 kan weliswaar worden afgeleid dat deze stages – die in winkels plaatsvonden – niet goed verliepen, maar om een andere reden dan eiseres stelt, namelijk dat zij in contact met klanten en collega’s niet altijd de juiste toon wist te treffen. De rechtbank ziet daarom in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding om verweerders conclusie, dat zij over basale werknemersvaardigheden beschikt, voor onjuist te houden.