ECLI:NL:RBOBR:2017:419
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering Indicatie banenafspraak wegens geschiktheid drempelfunctie productiemedewerker
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij niet in aanmerking komt voor een Indicatie banenafspraak. Dit besluit is gebaseerd op de inschatting dat eiser, ondanks zijn lichamelijke en psychische klachten, in staat is om de drempelfunctie productiemedewerker uit te oefenen, waarmee hij het wettelijk minimumloon kan verdienen.
Tijdens de zitting is onder meer besproken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiser heeft gezien en gesproken, en dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. De rechtbank oordeelt dat de medische informatie en de beoordeling van het arbeidsvermogen voldoende zijn onderbouwd. De door eiser aangevoerde beperkingen, zoals rugklachten en gezichtsproblemen, zijn niet zodanig dat de drempelfunctie ongeschikt is.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser het wettelijk minimumloon kan verdienen met de geduide drempelfunctie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit om geen Indicatie banenafspraak toe te kennen wordt ongegrond verklaard.