ECLI:NL:RBOBR:2017:5343
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen afwijzing toevoegingsaanvraag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn toevoegingsaanvraag voor rechtsbijstand, waarbij verweerder een proceskostenvergoeding toekende met een wegingsfactor van 0,5 omdat het een lichte zaak zou betreffen. De rechtbank oordeelt dat er geen duidelijke redenen zijn om af te wijken van de categorie gemiddeld en dat verweerder de zaak ten onrechte als licht heeft gekwalificeerd.
De rechtbank volgt eiser in zijn standpunt dat de bezwaarprocedure een volledige procedure betrof en dat de complexiteit en gronden van het bezwaar bepalend zijn voor de wegingsfactor, niet de reden van afwijzing. Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd waarom de zaak als licht moet worden aangemerkt.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de kosten van rechtsbijstand betreft en stelt de proceskostenvergoeding vast op €495,00 met een wegingsfactor van 1. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van het beroep (€990,00) en het griffierecht (€46,00).
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor de proceskostenvergoeding en stelt deze vast op €495,00 met een wegingsfactor van 1.