Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de minister van Infrastructuur en Milieu, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- De hoogste rechter in dit soort zaken, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), heeft in soortgelijke zaken het volgende geoordeeld. Bij een besluit tot invordering van een verbeurde dwangsom moet aan het belang van invordering een zwaarwegend gewicht worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag dat hoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 20 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1062).
- Een beroep op geringe draagkracht komt in de invorderingsfase in beginsel niet voor honorering in aanmerking (uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2383).
- Aangezien niet is betwist dat niet is voldaan aan de bij het dwangsombesluit opgelegde lastgeving, mocht verweerder in zoverre tot invordering overgaan.