ECLI:NL:RVS:2018:1189
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsommen bij afmeren blusboot ondanks bezwaar appellant
Appellant, eigenaar van een blusboot, verhuurde deze aan een scheepswerf en kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het afmeren van de blusboot langs het droogdok, wat volgens het Binnenvaartpolitiereglement verboden is. De dwangsommen werden verbeurd na constatering van overtredingen bij luchtsurveillances. Appellant maakte geen bezwaar tegen het dwangsombesluit, maar wel tegen de invordering ervan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het dwangsombesluit onherroepelijk was en de invordering terecht. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek om voorlopige voorziening niet behandelde, dat de invordering verjaard zou zijn, en dat de hoorplicht was geschonden.
De Raad van State oordeelde dat het dwangsombesluit onherroepelijk is en dat alleen bezwaren tegen de invordering aan de orde kunnen zijn. De vermeende planologische en financiële gevolgen hangen samen met het dwangsombesluit en zijn niet relevant voor de invordering. De verjaring van de invorderingsbevoegdheid behoeft geen beantwoording omdat appellant de dwangsommen heeft betaald. De hoorplicht is niet geschonden omdat afspraken waren gemaakt dat appellant niet gehoord zou worden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.