Eiser kocht op 14 januari 2013 een woning in Boxmeer voor €205.000. Verweerder stelde de WOZ-waarde voor 2016 vast op €262.000, gebaseerd op de vergelijkingsmethode en een taxatierapport. Eiser voerde aan dat het eigen verkoopcijfer als uitgangspunt had moeten gelden.
De rechtbank oordeelde dat jurisprudentie ruimte biedt om het eigen verkoopcijfer te gebruiken, ook als de transactie langer dan één jaar voor de waardepeildatum plaatsvond, mits rekening wordt gehouden met waardeveranderingen. Verweerder had onvoldoende onderbouwd waarom het verkoopcijfer niet bruikbaar was.
Omdat noch eiser noch verweerder hun waarden aannemelijk konden maken, besloot de rechtbank het geschil finaal te beslechten en stelde de waarde vast op €235.000. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.