ECLI:NL:RBOBR:2018:1193
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan Buitengebied Helmond
Eiser, erfgenaam van wijlen eigenaar van vier percelen in Helmond, verzocht om vergoeding van planschade veroorzaakt door het bestemmingsplan Buitengebied Helmond 2011, dat de bestemming van zijn percelen wijzigde naar 'Natuur'. Verweerder, het college van B&W van Helmond, wees het verzoek af op advies van Thorbecke B.V., die concludeerde dat de wijziging per saldo een planologisch voordeel oplevert.
De rechtbank oordeelde dat alleen schade ingevolge artikel 6.1 Wro in aanmerking komt voor vergoeding en dat andere door eiser genoemde schadeoorzaken niet relevant zijn in deze procedure. Tevens werd vastgesteld dat de rechtmatigheid van het bestemmingsplan niet via de planschadeprocedure kan worden aangevochten, aangezien het plan onherroepelijk is.
De planologische vergelijking door Thorbecke werd als deskundig en objectief beoordeeld. De rechtbank volgde het oordeel dat de nieuwe bestemming meer gebruiksmogelijkheden biedt, wat een planologisch voordeel inhoudt, ondanks dat dit voordeel niet per se feitelijk hoeft te zijn.
Verder werd geoordeeld dat de door eiser aangevoerde procedurele klachten, waaronder het overleggen van een verklaring van erfrecht en de duur van de procedure, onvoldoende grond bieden voor het slagen van het beroep. De rechtbank concludeerde dat de totale procedure binnen een redelijke termijn is afgerond.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om tegemoetkoming in planschade gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om tegemoetkoming in planschade wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.