ECLI:NL:RVS:2019:239
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming in planschade na bestemmingsplanwijziging naar natuur
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om tegemoetkoming in planschade door het college van burgemeester en wethouders van Helmond. Het verzoek betrof vier percelen die door het bestemmingsplan 'Buitengebied Helmond' een bestemming 'Natuur' kregen. Het college baseerde de afwijzing op een deskundigenadvies van Thorbecke, waarin werd geconcludeerd dat appellant niet in een nadeliger planologische positie is gekomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat alleen schadeoorzaken genoemd in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening relevant zijn. Appellant stelde in hoger beroep dat de redelijke termijn was overschreden, dat de deskundige niet onafhankelijk was en dat het advies onvoldoende gemotiveerd was. Deze bezwaren werden door de Afdeling verworpen.
De Afdeling benadrukte dat het college terecht een verklaring van erfrecht mocht verlangen om de eigendomspositie te beoordelen. Ook werd bevestigd dat Thorbecke als onafhankelijke deskundige kan optreden, ook al werkt zij met meerdere medewerkers. Het deskundigenadvies was voldoende gemotiveerd, en de planvergelijking toonde zelfs een planologisch voordeel voor appellant.
Andere door appellant genoemde schadeoorzaken konden in deze procedure niet worden meegenomen omdat deze niet onder de Wro vallen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.