Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
.Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en [persoon A] , werkzaam bij Cello. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
.Desgevraagd heeft eiseres ter zitting verklaard de medische beperkingen in relatie tot de vraag of eiseres arbeidsvermogen heeft door een onafhankelijke deskundige te willen laten beoordelen. Eiseres is tevens van oordeel dat de verzekeringsartsen geen belang hebben bij een toekenning van een uitkering, omdat ze in dienst zijn van het Uwv en daarom sprake is van ongelijkheid van partijen.
.Op de in de loop van de beroepsprocedure door eiseres ingebrachte nadere gegevens heeft verweerder gereageerd door middel van rapporten van de verzekeringsarts B&B van 24 augustus 2017 en 13 september 2017 en van de arbeidsdeskundige B&B van 28 augustus 2017.
.De verzekeringsarts B&B heeft dit afgeleid uit de omstandigheid dat eiseres zichzelf kan kleden en verzorgen en zelfstandig met de bus kan reizen. Mede gezien de gedragingen van eiseres tijdens de hoorzitting heeft de verzekeringsarts B&B geen argumenten om te veronderstellen dat eiseres eenvoudige opdrachten niet zou begrijpen of niet zou kunnen uitvoeren. De arbeidsdeskundige B&B heeft verder uit het feit dat eiseres in staat is gebleken praktijkonderwijs te volgen, afgeleid dat eiseres over voldoende begrip beschikt om instructies van de werkgever te begrijpen en uit te voeren. Het standpunt dat eiseres beschikt over basale werknemersvaardigheden, heeft verweerder terecht doen steunen op zowel een medische als arbeidskundige beoordeling. Wat betreft de door eiseres bij brief van 15 augustus 2017 ingebrachte bezwaren tegen de voorbeeldtaak scannen, verenigt de rechtbank zich met hetgeen de arbeidsdeskundige B&B in zijn rapportage van 28 augustus 2017 hierover vermeld heeft. De rechtbank ziet geen aanleiding de conclusies van de arbeidsdeskundige B&B voor onjuist te houden. Daarbij wijst de rechtbank er nog op dat, gelet op het Compendium, de noodzaak voor intensieve begeleiding niet in de weg staat aan de aanname dat sprake is van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen). De rechtbank wijst er in dit verband op dat artikel 10b van de Participatiewet juist in die gevallen voorziet in de mogelijkheid van een zogeheten ‘Participatievoorziening beschut werk’. Het gaat daarbij om situaties waarin de werknemer een zodanig intensieve begeleiding nodig heeft, dat niet van een werkgever verwacht kan worden dat hij dergelijke personen, zelfs met extra voorzieningen, in dienst neemt.