ECLI:NL:RBOBR:2018:2149
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfsobject en procesrechtelijke standpuntwijziging
Eiser, eigenaar van een bedrijfsobject in Eindhoven, betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van € 2.711.000 voor 2017 en stelde aanvankelijk een lagere waarde voor vanwege verloedering en achterstallig onderhoud. Verweerder, de heffingsambtenaar, handhaafde de waarde en bracht een taxatierapport in van € 2.915.000.
Tijdens de zitting wijzigde eiser plotseling zijn standpunt en bepleitte een hogere waarde in lijn met het taxatierapport, wat de rechtbank in strijd met de goede procesorde achtte omdat dit standpunt niet eerder was ingebracht en verweerder hierdoor werd verrast. De rechtbank liet dit standpunt buiten beschouwing.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder tijdig had beslist op bezwaar en dat eiser niet rechtmatig was gehoord, noch dat het OZB-tarief onjuist was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om dwangsom en schadevergoeding afgewezen, en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en verzoeken om dwangsom en schadevergoeding worden afgewezen.