Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juli 2018 in de zaken tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
- [straatnaam + nummer 1]: € 134.000,-;
- [straatnaam + nummer 2]: € 481.000,-;
- [straatnaam + nummer 3]: € 297.000,-.
Overwegingen
- de hoorzitting en het verslag ervan voldeden niet aan de daaraan te stellen (wettelijke) eisen;
- de stijging van de onroerendezaakbelasting is aanzienlijk hoger dan is afgesproken met het Rijk;
- de macronorm is overschreden.
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak met kenmerk ROT 17/1054 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- verhoogt de vastgestelde waarde tot € 140.000,- en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 333,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten in de zaak met kenmerk ROT 17/1054 tot een bedrag van € 1.500,- te betalen aan eiseres;
- verklaart de beroepen in de zaken met de kenmerken ROT 17/1442 en ROT 17/2029 ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 1.500,- (€ 500,- per zaak) als vergoeding voor de door haar geleden immateriële schade.