ECLI:NL:RBOBR:2018:2388
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.H. Dworakowski - Kelders
- M.L.W.M. Viering
- J.H.G. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering exploitatievergunning horeca wegens onvoldoende motivering belangenafweging
Eiseres vroeg een exploitatievergunning aan voor uitbreiding van haar horecabedrijf. De burgemeester weigerde deze vergunning op grond van een Bibob-advies, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank stelde in een tussenuitspraak een motiveringsgebrek vast omdat de belangenafweging niet duidelijk was uitgewerkt.
Na een bestuurlijke lus voegde de burgemeester een aanvullende motivering toe, maar deze voldeed nog steeds niet aan de eisen. De rechtbank oordeelde dat niet is aangetoond waarom de ernstige vrees voor strafbare feiten bij de uitbreiding gerechtvaardigd is, zeker gezien het tijdsverloop en het feit dat de bakkerij al sinds 2010 zonder problemen wordt geëxploiteerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb en beval een nieuw besluit met een deugdelijke motivering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het hoger beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de exploitatievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.