De zaak betreft de vaststelling van de WOZ-waarde van drie kinderdagverblijven per 1 januari 2015, waarbij eiseres lagere waarden vordert dan de door verweerder vastgestelde waarden. Verweerder heeft de waarden onderbouwd met taxatiekaarten en een toelichting op de marktsituatie, waarin geen sprake is van structurele overcapaciteit of leegstand die een aftrek wegens functionele veroudering zou rechtvaardigen.
Eiseres heeft de door verweerder gestelde waarden niet voldoende weersproken en heeft onvoldoende onderbouwd waarom een correctie wegens functionele veroudering noodzakelijk zou zijn. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin wordt benadrukt dat het aan eiseres is om een dergelijke correctie te onderbouwen.
Daarnaast heeft verweerder terecht gesteld dat bij twee objecten de BTW van 21% had moeten worden betrokken en dat bij een object de waarde door een renovatie hoger is, wat eveneens de vastgestelde WOZ-waarde ondersteunt. De rechtbank concludeert dat verweerder aan zijn bewijslast heeft voldaan en verklaart het beroep ongegrond.