ECLI:NL:RBOBR:2018:4593
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenplicht na wijziging leefsituatie
Eiseres ontving vanaf 1999 een uitkering en vanaf 2007 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) naar de norm van gehuwden. Na haar scheiding in 2010 en verhuizingen heeft eiseres nagelaten haar gewijzigde leefsituatie en adreswijzigingen te melden aan het UWV.
Het UWV beëindigde de toeslag per 21 april 2010 en vorderde de ten onrechte betaalde toeslag van €74.164,42 terug over de periode tot en met 31 december 2016. Eiseres stelde dat zij het besluit van 5 juli 2017 niet tijdig had ontvangen, maar de rechtbank oordeelde dat het UWV dit niet aannemelijk had gemaakt en verklaarde haar ontvankelijk in het bezwaar.
De rechtbank stelde vast dat eiseres haar inlichtingenplicht had geschonden door de scheiding en adreswijzigingen niet te melden. Eiseres kon onvoldoende aantonen dat zij huur betaalde aan de heer die op hetzelfde adres stond ingeschreven, waardoor het recht op toeslag niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de toeslag had ingetrokken en teruggevorderd conform de TW. Er waren geen dringende redenen om af te zien van intrekking of terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de toeslag wordt bevestigd.