ECLI:NL:CRVB:2021:2666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit geen boete UWV
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV om geen boete op te leggen voor het schenden van de inlichtingenverplichting op grond van de Toeslagenwet. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het bestreden besluit geen ander rechtsgevolg had dan het handhaven van het besluit om geen boete op te leggen, en appellante geen financieel belang had bij het aanvechten hiervan.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de motivering van de eerdere brief van het UWV haar gelijk bevestigt en dat het UWV manipulatief heeft gehandeld. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gronden een herhaling zijn van eerdere betwistingen die door de rechtbank voldoende zijn besproken en onderschrijft het oordeel van de rechtbank.
Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Het verzoek om vergoeding van schade wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen het besluit van het UWV wordt bevestigd.