Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 april 2019 in de zaken tussen
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond(het college) als partij aan het geding deelgenomen, (gemachtigde: M.J.A. Maas).
Procesverloop
[naam] en [naam] , bijgestaan door de gemachtigde en ing. [naam] . Eiser en zijn gemachtigde zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Het college is vertegenwoordigd door de gemachtigde en door
ing. C.M.E.M. Aquina en mr. L.C.A. Nuyts. Van de StAB zijn als deskundigen gehoord
ing. J. Grit en ing. C. Coenrady.
Overwegingen
5 december 2014 te wijzigen. Eiseres, eiser en anderen hebben hiertegen zienswijzen ingediend.
5 december 2014.
- Wat is er gebeurd met de voorschriften van de omgevingsvergunning van
- Wat is het aanvaardbaar geurhinderniveau?
- Verweerder zal eerst moeten bepalen wat het aanvaardbaar hinderniveau is. Hierbij moet verweerder rekening houden met de in artikel 2.7a, derde lid, van het Abm genoemde aspecten: de bestaande toetsingskaders, de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten, de aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt bij de betreffende inrichting, de historie van de betreffende inrichting en het klachtenpatroon met betrekking tot geurhinder, de bestaande en verwachte geurhinder van de betreffende inrichting, en de kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels in de inrichting.
- Als verweerder het vermoeden heeft dat het geurhinderniveau niet tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt, kan verweerder op basis van artikel 2.7a, tweede lid, van het Abm bepalen dat het bedrijf een geuronderzoek laat uitvoeren overeenkomstig de NTA 9065 en de resultaten hiervan overlegt. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder nog niet hoeft te beschikken over een geuronderzoek overeenkomstig de NTA 9065 voor een vermoeden van overschrijding van het aanvaardbaar geurhinderniveau.
- Pas als sprake is van een overschrijding van het aanvaardbaar geurhinderniveau is verweerder bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding wel mede moet blijken uit een geuronderzoek overeenkomstig de NTA 9065. Anders zou er geen enkele noodzaak zijn om de bevoegdheid te creëren om een dergelijk geuronderzoek te verlangen.
- Hierbij kan verweerder op grond van artikel 2.7a, vijfde lid, een geuronderzoek verlangen.
- Wat zijn de bevindingen van de StAB ten aanzien van de onderbouwing van de provincie van het redelijk vermoeden inzake overschrijding van een aanvaardbaar geurhinderniveau op grond van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit?
- Wat zijn de bevindingen van de StAB ten aanzien van het door de provincie uitgevoerde geurbelevingsonderzoek?
- Is hiermee sprake van een overschrijding van een aanvaardbaar geurniveau?
5 december 2014. Dat neemt niet weg dat de hindersignalen hebben kunnen bijdragen aan het vermoeden dat de geurhinder niet tot een aanvaardbaar niveau wordt beperkt. Op basis van de hindersignalen kan echter niet aannemelijk worden gemaakt dat sprake is van overschrijding van een aanvaardbaar geurhinderniveau.
10 gevallen (en in 5 gevallen na correctie) de gemeten geuremissie tot een hogere immissie leidt dan is toegelaten in de Beleidsregel. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door eiseres voorgestane benadering van de meetonzekerheid toe te passen. Het gaat hier niet om handhaving, maar om de vraag of maatwerkvoorschriften mogen worden vastgesteld. In het algemeen wordt bij vergunnen géén meetcorrectie toegepast. Dit volgt ook uit de Handreiking Nieuw Nationaal Model paragraaf 3.2.2, waarin staat dat ten aanzien van de interpretatie van resultaten bij geurmetingen de rekenresultaten bij vergunningverlening als “exacte waarden” worden geïnterpreteerd. In dezelfde handreiking staat ook dat bij handhaving de meetonzekerheid “in het voordeel van het bedrijf” wordt uitgelegd. De rechtbank ziet niet in waarom niet van de exacte meetresultaten zonder correctie zou kunnen worden uitgegaan bij het ontstaan van de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de maatwerkvoorschriften in dit geval dienen om een aanvaardbaar geurhinderniveau te bereiken en niet om een eerder vergunde emissie of immissie te beperken. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de geurmetingen kunnen bijdragen aan een redelijk vermoeden van overschrijding van een aanvaardbaar geurhinderniveau. De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder op basis van deze geurmetingen heeft kunnen vaststellen dat het aanvaardbaar geurhinderniveau is overschreden. De enkele overschrijding van de vergunde geuremissie wil nog niet zeggen dat het aanvaardbaar geurhinderniveau is overschreden. Er is echter meer aan de hand geweest. In 10 gevallen leidde de gemeten geuremissie tot een hogere immissie dan is toegelaten in de Beleidsregel. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiseres erkent dat de geuremissie van het productieproces meer fluctueert dan vooraf werd gedacht en dat bepaalde technieken zoals de actieve koolstoffilter niet het verwachte rendement leveren.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt maatwerkvoorschrift 1.1.1 voor zover dit maatwerkvoorschrift eiseres verplicht na het eerste onderzoek iedere vier jaar een onderzoek uit te voeren en vernietigt maatwerkvoorschriften 1.1.3 tot en met 1.1.6 alsmede maatwerkvoorschrift 1.1.15, tweede volzin;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338,- aan eiseres en het betaalde griffierecht van € 174,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.536,-.