De zaak betreft een civiele procedure tussen aandeelhouders van aannemer [aannemer W] B.V., die failliet werd verklaard in 2014, en netbeheerder Enexis. De aandeelhouders stellen dat het faillissement het gevolg is van onrechtmatig handelen van Enexis, met name het intrekken van saneringsopdrachten en onjuiste mededelingen over een krimp van 25% in het werkvolume.
De rechtbank onderzocht de aard van de opdrachtverlening, de status van de werkmappen en de verwachtingen van de aannemer. Er werd geoordeeld dat er geen gerechtvaardigd vertrouwen was dat alle werkmappen mochten worden uitgevoerd. Verder werd vastgesteld dat Enexis onrechtmatig handelde door onjuiste mededelingen over een krimp, wat de aannemer heeft beïnvloed.
De rechtbank verwierp echter de vordering dat Enexis ook onrechtmatig tegenover de schuldeisers handelde. Over het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen en het faillissement moet [V] c.s. nadere financiële onderbouwing geven. De beslissing over schadevergoeding en definitieve uitspraak wordt aangehouden tot nadere conclusies zijn genomen.