De eiser, sinds 1975 in dienst bij Maison van den Boer en sinds 2014 arbeidsongeschikt, vordert dat de werkgever de arbeidsovereenkomst vóór het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd op 7 augustus 2019 beëindigt en een transitievergoeding betaalt. Hij stelt dat het slapend dienstverband wordt gehandhaafd om betaling van de transitievergoeding te vermijden, wat in strijd zou zijn met goed werkgeverschap.
De kantonrechter overweegt dat volgens vaste jurisprudentie de werkgever niet verplicht is een slapend dienstverband op te zeggen, ook niet op grond van goed werkgeverschap, en dat de Wet compensatie transitievergoeding (WCT) hierin geen verandering brengt. De werkgever mag de arbeidsovereenkomst opzeggen bij het bereiken van de AOW-leeftijd zonder transitievergoeding te betalen.
De rechtbank wijst de vorderingen af, ook het verzoek om aanhouding vanwege prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, omdat geen spoedeisend belang meer bestaat na het bereiken van de AOW-leeftijd. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.