ECLI:NL:RBDHA:2019:3109
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging slapende arbeidsovereenkomst bij duurzame arbeidsongeschiktheid wegens strijd met goed werkgeverschap
In deze zaak vordert eiseres dat haar werkgever wordt bevolen de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen en de wettelijke transitievergoeding te betalen. Eiseres is statutair directeur van de zorginstelling en sinds lange tijd volledig en duurzaam arbeidsongeschikt vanwege kanker. De werkgever houdt de arbeidsovereenkomst slapend in stand, waardoor eiseres geen transitievergoeding ontvangt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst slapend is en dat er geen zicht is op hervatting van werkzaamheden door eiseres. De werkgever beroept zich op het ontbreken van een wettelijke verplichting tot opzegging en wijst op de compensatieregeling voor transitievergoedingen die vanaf 1 april 2020 in werking treedt.
De rechter overweegt dat de Wet compensatie transitievergoedingen juist beoogt het voortbestaan van slapende arbeidsovereenkomsten tegen te gaan en dat het in stand laten van een slapende arbeidsovereenkomst in strijd kan zijn met goed werkgeverschap. Gezien de omstandigheden, waaronder de functie van statutair directeur en de medische situatie, is het in stand laten van de arbeidsovereenkomst onaanvaardbaar. De werkgever wordt daarom bevolen de arbeidsovereenkomst binnen drie werkdagen op te zeggen en de transitievergoeding van €150.067 bruto te betalen.
De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en een dwangsom opgelegd om naleving van het vonnis te stimuleren. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt bevolen de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen en de wettelijke transitievergoeding van €150.067 bruto te betalen.