Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
de burgemeester van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(…)
Rechtbank Oost-Brabant
De burgemeester van 's-Hertogenbosch besloot op grond van artikel 13b van de Opiumwet de woning van verzoeker voor vier maanden te sluiten vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden hard- en softdrugs, wapens en munitie. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van onverwijlde spoed vanwege de voorgenomen sluiting.
Hoewel de burgemeester bevoegd was tot sluiting, stelde de rechter vast dat de hoeveelheid drugs alleen niet sluiting rechtvaardigde. Verzoeker werd niet verweten betrokken te zijn bij de overtredingen en er was een geringe vrees voor herhaling, mede omdat de zoon die vermoedelijk verantwoordelijk was, niet meer in de woning verbleef. Daarnaast was er een reële kans dat verzoeker na sluiting niet terug kon keren vanwege mogelijke ontbinding van het huurcontract.
Gelet op deze omstandigheden, waaronder verzoekers psychische problemen en langdurig verblijf in de woning, vond de voorzieningenrechter dat het belang van verzoeker bij het openhouden van de woning zwaarder woog dan het belang van de burgemeester bij sluiting. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst.