Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2019 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
[straatnaam] . Deze parkeerplaats is op grond van de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2018 van de gemeente ’s-Hertogenbosch 2018 in samenhang met het Aanwijzingsbesluit parkeerplaatsen, tijdstip en wijze van betaling parkeerbelastingen 2018 aangewezen als plaats waar parkeerbelasting wordt geheven.
“Het Hof is zich ervan bewust dat de hiervoor beschreven werkwijze en uitleg van artikel 8:43 van Pro de Awb afwijkt van die van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) en de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Zolang er op dit onderdeel geen rechtseenheid tussen de hoogste bestuursrechters is, althans tot het moment waarop de Hoge Raad het voorgaande voor belastingzaken anders invult, hanteert het Hof de hiervoor beschreven zienswijze.”
“De rechtbank zal – in tegenstelling tot wat door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch is overwogen in de uitspraak van 15 november 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:4638) – geen vergoeding toekennen voor de door eiseres ingediende brief van 10 oktober 2018 (door eiseres aangeduid als “repliek/aanvulling op beroep”). Daargelaten het antwoord op de vraag of deze brief als inhoudelijke reactie op het verweerschrift kan worden aangemerkt overweegt de rechtbank hiertoe als volgt. Zoals in artikel 8:43 van Pro de Awb is bepaald kan de bestuursrechter de indiener van een beroepschrift in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren. De rechtbank is van oordeel dat van deze mogelijkheid slechts zeer beperkt gebruik moet worden gemaakt en moet worden voorbehouden voor zaken waarbij – met name gelet op de complexiteit – de rechtbank dit voor een efficiënt procesverloop noodzakelijk acht. Door een spontaan ingediend stuk dat in reactie op het verweerschrift wordt ontvangen aan te merken als een proceshandeling in de zin van het Besluit proceskosten bestuursrecht, is het niet ondenkbaar dat hiervan door professionele gemachtigden veelvuldig gebruik zal worden gemaakt uitsluitend om in aanmerking te komen voor een hogere proceskostenvergoeding. Dit acht de rechtbank niet wenselijk. Daarnaast acht de rechtbank de beoordeling of een ingediend stuk voldoet aan de eis dat het moet gaan om een inhoudelijke reactie op het verweerschrift nodeloos tijdrovend en niet bevorderlijk voor een efficiënt procesverloop. Dit geldt ook voor het informeren van de indiener door de rechtbank dat het ingediende stuk niet zal worden aangemerkt als een conclusie van repliek. Door zelf conform artikel 8:43 van Pro de Awb regie te voeren ten aanzien van het repliceren wordt door de rechtbank een efficiënt procesverloop gewaarborgd.”
)en het gerechtshof Arnhem (ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7120 r.o. 4.12), thans gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, anders dan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, uitspraken hebben gedaan inhoudende dat een reactie die een belanghebbende na het verweerschrift inbrengt eerst kan worden aangeduid als repliek als de rechter daar overeenkomstig artikel 8:43, eerste lid, van de Awb om heeft verzocht. Een spontane reactie op het verweerschrift wordt niet als repliek aangemerkt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- wijst de zaak ter verdere behandeling en beslissing op het bezwaarschrift terug naar verweerder;
- draagt verweerder op een nieuwe uitspraak op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak