Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2019 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres, een studente van Kosovaarse nationaliteit, woont in Nederland bij haar vader die een tijdelijke verblijfsvergunning heeft vanwege medische behandeling. Zij vroeg studiefinanciering aan, maar deze werd geweigerd omdat zij niet voldoet aan de nationaliteitseis van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000).
De rechtbank overweegt dat de verblijfsvergunningen van eiseres en haar vader niet vallen onder de categorieën die gelijkstelling met een Nederlander rechtvaardigen, zoals tijdelijke of niet-tijdelijke humanitaire gronden. De beperking van de verblijfsvergunning van haar vader vanwege medische behandeling valt niet onder deze categorieën.
Eiseres voerde aan dat het onredelijk en inhumaan is haar studiefinanciering te weigeren en deed een beroep op de hardheidsclausule. Dit beroep faalt omdat de wetgever bewust onderscheid maakt tussen medische behandeling en humanitaire gronden, en ook een andere kwalificatie van de vergunning van haar vader zou niet tot studiefinanciering leiden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvraag af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van studiefinanciering wegens niet voldoen aan de nationaliteitseis.