Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 februari 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [vreemdelingen] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Eersel, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Bij de hertaxatie is de taxateur gebleken dat eerder is uitgegaan van een aantal onjuiste objectkenmerken. De taxateur heeft de objectkenmerken vastgelegd in de taxatiekaart van 19 februari 2018. Partijen verschillen niet van mening over de primaire objectkenmerken van het woondeel, alsmede de diverse opstallen die behoren tot het bedrijfsdeel. Daarbij gaan zij er van uit dat het object in totaal van 2.416 m² aan varkensstallen omvat. Ook zijn partijen het eens over de grond die aan de woning moet worden toegekend, alsook over de ondergrond van de kassen. De rechtbank zal bij de beoordeling van het beroep in zoverre uitgaan van de juistheid van deze in de taxatiekaart beschreven objectgegevens.
Met betrekking tot de hoogte van de voor vergoeding in aanmerking komende taxatiekosten hanteert de rechtbank de Richtlijn inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, zoals die per 1 juli 2018 is gewijzigd (Stcrt. 2018, 28796, hierna: de Richtlijn). Omdat het hier een courante niet-woning betreft, hanteert de rechtbank een uurtarief van € 68. De rechtbank gaat er daarbij van uit dat eiser de omzetbelasting in aftrek kan brengen, zodat deze niet op hem drukt. Het tijdsbeslag stelt de rechtbank, conform het eensluidende standpunt van partijen daarover ter zitting, vast op 0,5 uur. De te vergoeden taxatiekosten bedragen € 34.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de waarde van de onroerende zaak [adres] per waardepeildatum 1 januari 2016, voor het kalenderjaar 2017, vast op € 510.000,
- vermindert de aanslag OZB-eigenaar dienovereenkomstig,
- stelt de heffingsmaatstaf van de aanslag OZB-gebruiker vast op € 190.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;