ECLI:NL:RBOBR:2020:1899
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Invordering van verbeurde dwangsommen wegens permanente bewoning recreatieverblijf
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss legde eiser op 23 januari 2017 een last onder dwangsom op om permanente bewoning van zijn recreatieverblijf te staken. Na constatering dat mevrouw X sinds 1 december 2018 permanent in het recreatieverblijf woonde, werd een dwangsom van €6.000,- ingevorderd. Eiser maakte bezwaar tegen de invordering, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat zij alleen het besluit tot invordering kan toetsen, niet de onherroepelijke last onder dwangsom zelf. Uit controleverslagen en een verklaring van mevrouw X blijkt dat er sprake was van permanente bewoning, ondanks dat de huurovereenkomst recreatief gebruik voorschreef. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hem niets valt te verwijten; hij heeft onvoldoende toezicht gehouden.
Hoewel het college eiser niet direct na de eerste controle informeerde, was eiser zich bewust van het verbod op permanente bewoning en had hij een eigen vergewisplicht. De rechtbank concludeert dat de invordering terecht is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van €6.000 aan verbeurde dwangsommen wegens permanente bewoning wordt ongegrond verklaard.