Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] , verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het puntensysteem
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 8 augustus 2019 voor zover het ziet op de toekenning van het pgb aan eiser met ingang van 25 augustus 2019;
- herroept het primaire besluit van 5 februari 2019 in zoverre;
- bepaalt dat eiser met ingang van 25 augustus 2019 een pgb toegekend krijgt voor 5 uur huishoudelijke ondersteuning per week tegen een uurtarief van 125% van het geldende minimumloon tot en met 31 december 2028;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit van 8 augustus 2019;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden.
Rechtsmiddel
BIJLAGE
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
persoonsgebonden budget: bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;