Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of
Ontvankelijkheid officier van justitie; bewijsuitsluiting?
non-punishment-beginsel, en de jurisprudentie van de Hoge Raad daarover. Kort gezegd bepaalt artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag dat vluchtelingen niet gestraft mogen worden voor strafbare feiten die zij in het kader van hun vlucht hebben gepleegd, zoals illegale binnenkomst of het gebruik van valse reisdocumenten. Dit zou eveneens tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moeten leiden.
non-punishment-beginsel in deze zaak al op enigerlei wijze van toepassing zou zijn, beschermt het slechts de vluchteling zelf. Anderen dan de vluchteling zelf, zoals personen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensensmokkel, worden uitdrukkelijk niet beschermd. Verdachte kan zich derhalve niet met vrucht beroepen op artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag.
Bewijsoverwegingen
artikel 197a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr)is vereist dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (in dit geval) Nederland, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is.
artikel 197a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr)is vereist dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte uit winstbejag een ander behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is.
2 juni 2020 bovendien bevestigd door verdachte zelf. Verdachte heeft de in de tenlastelegging genoemde personen voorbereid vóór de aanmelding als asielzoeker, (asiel)verhalen met hen geoefend en instructies en studiemateriaal aangereikt in voorbereiding op hun asielprocedures bij de IND. Hij heeft de vreemdelingen niet geadviseerd zich onverwijld te melden als asielzoeker.
artikel 197a, eerste lid, Sr.
De bewezenverklaring
De strafbaarheid van het feit
De strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straffen
29 april 2020 betreffende verdachte waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.
Beslag
Voorlopige hechtenis
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
De rechtbank:
t.a.v. feit 1:meermalen, een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een ander daartoe gelegenheid/middelen/inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep. t.a.v. feit 2:een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een ander daartoe gelegenheid/middelen/inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep. t.a.v. feit 3:een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland en een ander daartoe gelegenheid/middelen/inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan in de uitoefening van enig ambt of beroep. t.a.v. feit 4:meermalen, een ander behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland
t.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 7, feit 8, feit 9:gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27
beroepsmatige dienstverlening in het vreemdelingrechtelijke domein, voor de duur van 5 jaar.