De werknemer was sinds 2007 in dienst bij Parlando B.V. als programmeur/analist en had een concurrentiebeding voor twee jaar na einde dienstverband. Na opzegging per 1 november 2019 wilde de werknemer in dienst treden bij iSense, een ICT-uitzendbureau dat medewerkers detacheert bij opdrachtgevers zoals Lekkerland, een groothandel in levensmiddelen.
Parlando stelde dat iSense een concurrent was en dat het concurrentiebeding gehandhaafd moest blijven vanwege de specialistische kennis van de werknemer en het belang bij bescherming van bedrijfsgeheimen. De werknemer stelde dat iSense geen concurrent was en dat het concurrentiebeding onbillijk was in verhouding tot het belang van Parlando.
De kantonrechter oordeelde dat iSense en Parlando wezenlijk verschillende activiteiten verrichten en geen concurrenten zijn. Bovendien weegt het belang van de werknemer zwaarder omdat hij niet beschikt over concrete concurrentiegevoelige informatie en gebonden blijft aan geheimhoudingsbedingen. Daarom is het concurrentiebeding gedeeltelijk geschorst voor werkzaamheden via iSense bij Lekkerland.
Parlando werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.