Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Het standpunt van eiser
De conclusie
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser ontving een bijstandsuitkering die per 1 maart 2019 werd ingetrokken door het college van burgemeester en wethouders van Oss, omdat eiser niet volledig had voldaan aan zijn inlichtingenplicht. Verweerder stelde dat eiser geen melding had gemaakt van een Duitse prepaid rekening en diverse transacties, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Eiser voerde aan dat hij de gevraagde gegevens had verstrekt, dat het ging om een prepaid kaart gekoppeld aan zijn betaalrekening en dat hij sinds juni 2019 weer werkte. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in de transacties en dat zijn verklaring over leningen niet aannemelijk was. De schending van de inlichtingenplicht vormde een rechtsgrond voor intrekking.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat verweerder verplicht was de uitkering in te trekken omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Tevens wees de rechtbank erop dat er geen sprake was van terugvordering maar van een openstaande leenbijstandsschuld die eiser moet aflossen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard vanwege schending van de inlichtingenplicht.