Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De beroepsgrond slaagt niet.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser was sinds oktober 2018 ziek gemeld vanwege psychische klachten na beëindiging van zijn dienstverband als montagemedewerker. Het UWV stelde na een Eerstejaars ZW-beoordeling vast dat eiser vanaf 27 september 2019 weer arbeidsgeschikt is en beëindigde de Ziektewetuitkering. Eiser voerde aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, dat zijn psychische en fysieke beperkingen onvoldoende zijn meegewogen, en dat de juiste maatman de functie van advocaat had moeten zijn vanwege zijn medische afzakkerstatus.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, waarbij verzekeringsartsen het dossier en medische informatie hebben bestudeerd en eiser hebben onderzocht. De medische stukken die eiser later aanleverde, zijn betrokken bij de herbeoordeling. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de verzekeringsartsen de beperkingen van eiser hebben onderschat. De combinatie van ADHD, autisme en fysieke klachten werd meegewogen, maar vormde geen belemmering voor het eigen werk.
Verder werd geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij om medische redenen lager betaald werk als montagemedewerker is gaan doen. De stelling dat de maatman de functie van advocaat had moeten zijn, werd verworpen. De rechtbank erkende de moeilijke persoonlijke situatie van eiser maar stelde dat het gaat om objectief medisch vastgestelde beperkingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering per 27 september 2019 wordt bevestigd.