ECLI:NL:CRVB:2012:BV8699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over ongeschiktheid commercieel directeur bij aanvang verzekering
Appellant had bij het UWV een IVA-uitkering aangevraagd en het UWV stelde vast dat hij bij aanvang van de verzekering ongeschikt was voor zijn functie als commercieel directeur, maar geschikt voor passende functies. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige volgde.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV het besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en dat een draagkrachtige motivering ontbreekt. De Raad stelt dat appellant van 1 oktober 2005 tot 30 augustus 2006 als commercieel directeur heeft gewerkt en dat er geen objectieve gegevens zijn die beperkingen op het spreken rechtvaardigen. De medische stukken tonen herstel zonder restverschijnselen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op binnen dertien weken het gebrek te herstellen door een nieuw besluit te nemen, waarbij nader arbeidskundig onderzoek moet worden verricht met de functie van commercieel directeur als maatman. De Raad ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen binnen dertien weken het besluit te herstellen met nader arbeidskundig onderzoek.