Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juni 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxmeer, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
17 februari 2020.
17 februari 2020. In het verweerschrift voegt verweerder hier aan toe dat er eerder twijfels waren over de woonsituatie van eiser, omdat uit verweerders onderzoek in november 2019 zou zijn gebleken dat er veel transacties op de bankafschriften zichtbaar waren in de gemeenten Venlo en Venray. De uitnodigingen van 3 februari 2020 en 14 februari 2020 waren volgens verweerder bedoeld zodat eiser nadere uitleg kon geven over zijn verblijfplaats.
4 februari 2020 en 17 februari 2020, in de brieven van 3 februari 2020 en
10 februari 2020, persoonlijk in de afzonderlijke brievenbus met daarop aan de binnenkant de naam van eiser heeft gedaan. De rechtbank ziet geen reden om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen. De rechtbank neemt dan ook aan dat de uitnodigingen in de persoonlijke brievenbus van eiser zijn gedaan en dat eiser die uitnodigingen dus heeft ontvangen.
27 februari 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:546). Een vergelijkbaar kader is van toepassing bij het niet meewerken aan een huisbezoek indien voor dat huisbezoek wél een redelijke grond bestaat. Bestaat geen redelijke grond voor het huisbezoek, dan kunnen aan de niet-medewerking óók geen gevolgen worden verbonden voor het recht op bijstand. Verweerder moet in dit geding daarom aannemelijk maken dat er sprake was van gerede twijfel over eerder verstrekte inlichtingen, om gevolgen te mogen verbinden aan het niet medewerken.
€ 1.068,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534,00 en wegingsfactor 1).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept de primaire besluiten I en II en bepaalt dat aan eiser een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande wordt toegekend over de periode 4 februari 2020 tot 30 april 2020 zijnde de ingangsdatum van de nieuw toegekende bijstandsuitkering, en dat de van toepassing zijnde bijzondere bijstand aan eiser wordt verstrekt over deze periode;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser van in totaal € 1.068,-
- draagt verweerder op aan eiser het betaalde griffierecht van € 48,- te vergoeden;