ECLI:NL:CRVB:2018:546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens schending medewerkingsverplichting
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een melding dat betrokkene bij zijn ex-echtgenote zou verblijven, voerde de gemeente Rotterdam een onderzoek uit. Tijdens een gesprek op 15 juli 2015 weigerde betrokkene verdere medewerking, waardoor de gemeente de bijstand per die datum introk wegens vermeende schending van de medewerkings- en inlichtingenverplichting.
Betrokkene stelde bezwaar in en de rechtbank vernietigde het intrekkingsbesluit, stellende dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor intrekking op grond van de Participatiewet. De rechtbank oordeelde dat alleen schending van de inlichtingenverplichting tot intrekking kan leiden, niet de medewerkingsverplichting, die slechts opschorting rechtvaardigt.
De gemeente ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Uit het gespreksverslag bleek dat betrokkene wel degelijk vragen over zijn woon- en leefsituatie concreet beantwoordde en bereid was bankafschriften te tonen, maar het gesprek voortijdig beëindigde. De Raad oordeelde dat de situatie niet voldeed aan de criteria voor intrekking van bijstand en dat de gemeente onvoldoende had aangetoond dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad legde een griffierecht op aan de gemeente en bepaalde dat het hoger beroep ongegrond is, waarmee de vernietiging van het intrekkingsbesluit in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het intrekkingsbesluit bijstand wegens onvoldoende schending van de inlichtingenverplichting.